Bij het horen van de naam van de componist weet je vaak al precies wat je taak zal zijn. Meteen toen ik zag dat Wagner op de dienstlijst stond, ben ik me fysiek en mentaal gaan voorbereiden op de rol die de basklarinet heeft in zijn stukken. Sla een willekeurige muziekencyclopedie open en je zult bij de uitleg van de basklarinet ook de componist Wagner tegenkomen. Deze grootmeester en andere romantische tijdgenoten maakten steeds vaker gebruik van de basklarinet in het symfonieorkest. Omdat een basklarinet een halve toon lager (en tegenwoordig zelfs een grote terts lager) kan spelen dan een klarinet, kon Wagner gebruik maken van het diepe chalumeau register en de bijbehorende donkerrode kleur. Niet alleen in ‘Lohengrin’, maar ook in ‘Tristan und Isolde’ en de ‘Ring’, heeft de basklarinet vanwege zijn timbre een speciale functie en speelt het regelmatig lange sonore solo’s.
Een basklarinet is een instrument in Bes. Dit betekent dat wanneer je de C speelt, er een Bes klinkt. Normaal staan alle partijen voor de basklarinet in Bes genoteerd, dus heeft de componist er als het ware al rekening mee gehouden, dat de uitvoerend musicus alles “een toon hoger speelt” dan wat er moet klinken. Vreemd genoeg schrijft Wagner echter vaak voor basklarinet in A (die dus anderhalve toon hoger moet worden genoteerd), maar dit instrument bestaat helemaal niet en heeft nooit bestaan; een basklarinet is er alleen in Bes. Tevens gebruikt hij de G en de F sleutel door elkaar, waarbij de musicus de noten in de G sleutel moet octaveren. Het is voor mij dus goed opletten in welke sleutel ik speel én of bepaalde passages in Bes of in A staan genoteerd. Want als dat laatste het geval is, moet ik alles transponeren. Daar komt bij dat de basklarinet lang niet het hele stuk meespeelt, maar als er wat te spelen is, dit meestal wél een solo is. Kortom: een pittig stuk voor de basklarinet, maar wel erg dankbaar door de fraaie sololijnen.
Het is een voorrecht om dit stuk met een orkest, koor en solisten van formaat te spelen onder leiding van een geweldige dirigent: Jaap van Zweden. Ook wanneer ik een aantal maten rust heb, geniet ik van alles wat er om me heen te horen is: van mijmerende strijkers tot stoer koperwerk! Dat maakt deze productie zo bijzonder en ik zal dan ook op het puntje van mijn stoel blijven zitten tijdens de resterende repetities en de twee concerten. Ik vrees zelfs dat ik na het laatste concert in een heuse ‘after-Wagner-dip’ terecht kom!