Al vroeg in mijn leven waren mensen als Wagner,Strauss maar ook Berg en Hindemith belangrijke persoonlijkheden die mij binnenloodsten in een wereld die achteraf bezien een werking op mij hadden als ging het om de liefde.
Al snel stond het dan ook vast dat ook Bayreuth “eens” bezocht moest worden al wist ik nog bij lange na niet hoe e.e.a. aan te pakken.
Een kennis van mijn familie bleek dat jaar deel te gaan uitmaken van het Festspielchor. Zowel koor als orkest zijn speciaal voor dit jaarlijkse evenement samengesteld uit musici van vooraanstaande orkesten en koren uit veelal Duitse theaters, maar af en toe een verdwaalde Hollander behoort ook tot de mogelijkheden.
Zij vertelde mij wel iets te kunnen regelen wat betreft kaarten voor generale repetities. De rest zou ter plaatse besproken worden.
Dat liet ik mij natuurlijk niet twee keer zeggen en toen ik ’s avonds in Bayreuth aankwam en met haar al een kleine blik in orkestbak en op de Bühne wierp waande ik mij in een sprookje.
Mijn bezoek resulteerde daarin dat ik een pasje kreeg waarmee ik tijdens de weken dat ik daar was toegang had tot repetities van welke aard ook. Dat pasje werd mij uitgereikt door kleinzoon Wolfgang Wagner die een bijzonder welwillend oog had voor jonge musici.
Voorafgaand aan dit hele bezoek aan Bayreuth had ik mij al terdege voorbereid middels opnames luisteren van de te spelen werken,onderbouwd door partituren, tekstboeken en literatuur.
Wat ik die komende tijd voor indrukken kreeg is achteraf bepalend geworden voor heel veel waar ik later als beroepsmusicus maar ook als liefhebber mee te maken zou krijgen.
Veel dirigenten en zangers waren mij toen al een begrip, maar om ze dan in levende lijve te horen en te zien en tijdens de repetities te merken dat het ook mensen zijn van vlees en bloed, dat is toch wel wat anders.
Ronduit fantastisch was René Kollo die destijds als Lohengrin een definitieve doorbraak forceerde. Een timbre als geschapen voor deze rol. Maar ook mensen als Karl Ridderbusch (in vele rollen prominent aanwezig),Theo Adam, Gwyneth Jones, James King of Yvonne Minton glansden in die jaren zeventig.
Door mijn toegang tot bijvoorbeeld ook koorrepetities zitten de koordelen uit Lohengrin nog zeer gebeiteld in mijn oren. Omdat ik in die periode van mijn nog jonge leven natuurlijk zeer ontvankelijk was voor zulke dingen weet ik nog precies de dingen waar de fameuze koorleider Wilhelm Pitz en later Norbert Balatsch de nadruk op legden. Bijna benauwend om in zo’n koorzaal een mannenkoor te horen met een dictie en uitdrukkingskracht als ware het één man.
Datzelfde ervoer ik als ik bij tijd en wijle een repetitie bezocht, gezeten onder in de orkestbak; daar was nog wel eens plek. Ik nam dan plaats helemaal beneden ,ergens tussen de trombone en tubaspelers.Het geweld wat zich daar dan afspeelt is tegelijk fantastisch alsook beklemmend.Ik keek er toentertijd van op dat een tubaspeler (die natuurlijk heel wat lucht moet verzetten) zijn broek losknoopte om niet gehinderd te worden door enige insnoering. Een oorverdovend geluid vermengd met koperlucht zorgde voor een aparte extase.
Het theater is geheel anders gebouwd dan de gangbare theaters. Wagner had zijn eigen voorstellingen van hoe het publiek het beste zijn werken in zich op kon nemen.Het publieksgedeelte is amphitheatersgewijs opgebouwd,zo dat ieder een goed zicht maar ook een akoestisch goede plaats heeft. Die zeer speciale akoestiek is voor een belangrijk deel te wijten aan de bouw van de orkestbak die eigenlijk trapsgewijs naar beneden doorloopt.Het zicht op die orkestbak is aan het publiek onttrokken door een zgn. Schalldeckel. Dit diende een tweezijdig belang: de toeschouwer moest alleen oog hebben voor wat er op de Bühne zich afspeelde.Door de constructie van de Deckel wordt het geluid, komend vanuit de bak eerst op het toneel gestuurd waar het zich kan vermengen met de zangstemmen.Die twee komponenten worden één op die manier.
Heel belangrijk is dat in Wagners werken m.n. het orkest verantwoordelijk is voor de psychologische kleuring van de personen en gemoedstoestanden.Zo is het orkest nooit sec begeleiding van een zanger of zangeres.
In mijn loopbaan als violist waarin ik de meeste opera’s van Wagner gespeeld heb sta ik keer op keer versteld van de perfectie waarmee zo’n partituur in elkaar zit. De kleinste klankschakeringen heeft hij altijd goed aangegeven als het bijv. gaat om dynamische tekens.Altijd is er een logica waarom er Pianissimo (PP) dan wel gewoon Piano(P) gespeeld moet worden. Hoewel de instrumentale partijen doorgaans niet eenvoudig te spelen zijn (met name van de strijkers) is het toch altijd met grote kennis van het instrument geschreven en is de functionaliteit ervan altijd optimaal. Hoe fantastisch schrijft hij niet voor basklarinet of wie schrijft er niet treffender voor hoorns, Wagnertuba’s, bastrompet of engelse hoorn.
In die jaren heb ik natuurlijk heel wat grootheden meegemaakt die allemaal nog op mijn netvlies zitten: Karl Böhm , Erich Leinsdorf , Eugen Jochum , Horst Stein en niet in de laatste plaats Carlos Kleiber van wie ik vanuit de orkestbak een onvergetelijke Tristan mocht zien.Die mensen zitten in je bagage en zijn een maatstaf geworden die niet altijd makkelijk te hanteren is.
Mocht U toch wat meer beelden van bijvoorbeeld het Bayreuther Festspielhaus willen zien ga dan naar www.bayreuther-festspiele.de
Fijn artikel Pieter. Ook ik denk vaak met enige weemoed terug aan de jaren 1965 - 1977 waarin ik bijna steeds in Bayreuth aanwezig kon zijn. Ook in 2005 en 2006 bezocht in de Festspiele, waar ik scenisch slechts kon genieten van de "Parsifal"in de regie van Christoph Schlingensief (een èchte vernieuwer). De rest was te bar voor woorden. Mooi deze uitvoering onder Jaap van Zweden! Groet van je studie genoot (ik deed de laatste jaren schoolmuziek in Utrecht van 1973-75) Theo Wolvekamp.
Door Theo Wolvekamp, woensdag 6 februari 2008 13:40
Sorry, ik ben in de opwinding een p vergeten !
Door adriaan van't wout, maandag 4 februari 2008 14:06
Tja, Wagneroera's mogen beleven in Bayreuth is bijzonder ! Maar zo'n zelfde geluksgevoel hadden Ursula en ik ook j.l. zaterdag bij jullie uitvoering van Lohengrin. Zelden hoorden we zo'n (bijna) volmaakte vertolking, waarbij orkest, koor, solisten en dirigent op één lijn zaten. Vogt bleef een beetje oppervlakkig, maar Schwanewilms maakte alles goed, en Jaap ook. Bedankt RFO voor zoveel genot !
Door adriaan van 't wout, maandag 4 februari 2008 14:02