HOMEPAGE

Richard Wagner

1813 - 1883 Wilhelm Richard Wagner werd geboren te Leipzig op 22 mei 1813 en hij overleed te Venetië 13 februari 1883

Richard Wagner

Richard was het negende kind van Carl Friedrich Wagner (geboren 1770) een politieambtenaar te Leipzig en van Johanna Rosine Wagner (geboren 1774). Zijn moeder was de gewezen minnares van Prins Constantin van Saksen-Weimar-Eisenach. Toen Richard's officiële vader Carl aan tyfus overleed op 23 november 1813 ging het kind samen met zijn moeder in Teplitz, Bohemia voor enkele maanden samenwonen met Ludwig Geyer (geboren 1780) een acteur, auteur en nauwe vriend des huize en vermoedelijk de natuurlijke vader van Richard. Geyer huwde Richard's moeder in augustus 1814. 

De eerste veertien jaren van zijn leven stond Richard bekend als Richard Geyer zodat hij het vaste vermoeden had dat Ludwig Geyer zijn natuurlijke vader was. Hij veronderstelde ook dat zijn stiefvader joods was. Wat niet juist bleek te zijn. In 1820 werd Richard Wagner in de Pastor Wetzel school te Possendorf nabij Dresden geplaatst, waar hij ook piano onderricht kreeg. Na de dood van Geyer op 30 september 1821 vestigde Richard zijn moeder zich opnieuw te Dresden, waar Richard Wagner (vanaf nu droeg hij de naam van zijn feitelijke vader) zijn pianostudies voortzette bij Humann. Van groot belang is ook dat Carl Maria Von Weber, Spohr en Marschner, drie leidinggevende figuren voor de Romantische Opera ook in Dresden gehuisvest waren, en vriend aan huis werden. In 1826 verhuisden zijn moeder en zijn zusters naar Praag, waar zijn zuster Joanna Rosalie (geboren 1803) een toneel aanbod aangeboden kreeg. In 1827 verhuisde zijn moeder opnieuw naar Leipzig waar zijn zuster Luise Constanze (geboren 1805) een staatsbetrekking had aanvaard. Richard Wagner zijn studies aan het Nikolai-gymnasium werden al spoedig bemoeilijkt door zijn overheersende belangstelling voor muziek van vooral Mozart en Beethoven en voor theater met Shakespeare en Goethe. In 1828 ontstond een Grosses Trauerspiel, "Leubald und Adelaide".  

Eerste stappen
 

Op twaalfjarige leeftijd begon Wagner met de pianostudie; vanaf 1828 nam hij heimelijk muzieklessen in viool, piano en contrapunctie bij de orkestmusicus Christian Gottlieb Müller. In deze tijd raakte hij onder de indruk van het werk van Beethoven door een uitvoering van "Fidelio"; van diens negende symfonie maakte hij in 1830 een piano-uittreksel. Op 24 dec. 1830 werd zijn eerste eigen compositie uitgevoerd, de ouverture in Bes. Na een korte periode aan de Thomasschüle werd hij op 23 febr. 1831 als muziekstudent aan de universiteit van Leipzig ingeschreven. In hetzelfde jaar werd hij leerling van de Thomaskantor, Weinlig in harmonieleer en contrapunt. Toen ontstond de pianosonate in Bes, het eerste werk van zijn hand dat werd uitgegeven. In 1832 werden enige composities van Wagner in het publiek uitgevoerd, in 1833 ontwierp en vernietigde hij zijn eerste opera, "Die Hochzeit". Eveneens in 1833 voltooide hij de tekst voor zijn eerste bewaard gebleven opera, "Die Feen", en werd hij tot chef-dirigent in Würtzburg benoemd. Van 1834 tot 1836 was hij muziekdirecteur van de Bethmannsche Theatergruppe in Lauchstädt en Maagdenburg; in deze laatste stad vond op 29 maart 1836 de eerste uitvoering plaats van zijn tweede opera, "Das Liebesverbot". Op 24 november 1836 huwde hij de actriceoperazangeres Minna Planer. Hij was nu achtereenvolgens korte tijd muziekdirecteur in Königsberg en Riga. Door schuldeisers achtervolgt vlucht hij naar Parijs. Hij leeft er van arrangementen en leert Meyerbeer, Liszt, Heine en Berlioz kennen. In die periode ontstond de opera "Rienzi" (1838–1840), die hij vergeefs in Parijs trachtte te doen uitvoeren. 
 
Van 1839 tot 1842 verbleef Wagner onder vooral financieel moeilijke omstandigheden in Parijs. Hij componeerde er "Der Fliegende Holländer" (1841). In Dresden vond in 1842 de eerste uitvoering van "Rienzi" plaats. Het succes was overweldigend. In 1843 wordt hij te Dresden aangesteld als operadirigent.

Op 2 jan. 1843 volgde de première van 'Der fliegende Holländer', met veel geringer resultaat. Het succes van zijn opera "Der Fliegende Holländer" bezorgt hem het ambt van Koninklijk Saksisch Kapelmeister. Schetsen voor Tannhäuser werden nu binnen een jaar uitgewerkt tot de volledige opera, die al bij de première (in 1845) Wagner's naam als componist in brede kring bevestigde. Twee problemen beheersten vanaf dat ogenblik zijn leven: zijn slecht financieel beleid en het frustrerende gevoel dat voor de vocale en dramatische interpretatie van zijn werk geen grote kunstenaars te vinden waren. Het gevoel van eenzaamheid dat hierdoor ontstond en zijn grote bezwaren tegen het theaterbeleid in die jaren behoorden tot de factoren die Wagner tot oppositie en zelfs tot deelname aan de Maartrevolutie (1848) brachten. 
 

Lohengrin

Op grond daarvan werd zijn opera Lohengrin (1846–1848), oorspronkelijk voor uitvoering aangenomen, alsnog geweigerd. Uit deze tijd al dateren zijn eerste ideeën voor een muziekdrama Siegfried, welke ideeën later in Der Ring des Nibelungen zouden uitmonden. Ook kwamen nu de eerste gedachten voor de opera Die Meistersinger von Nürnberg bij hem op. In 1849 moest hij – ten gevolge van zijn revolutionaire activiteiten – uit Duitsland vluchten. Via Weimar, waar hij Franz Liszt ontmoette, bereikte hij Zürich, waar hij nu met vele onderbrekingen enige jaren verbleef. Hij vond er onderdak bij zijn toekomstige schoonvader en vriend Franz Liszt. Hier ontstond zijn belangrijkste theoretische werk, "Oper und Drama" (1851). 

In 1851 en 1852 werkte hij het concept uit voor de tekst van: "Der Ring des Nibelungen". In 1854 en 1855 voltooide hij de eerste twee partituren van deze tetralogie: "Das Rheingold" en "Die Walküre". Halverwege de compositie van de derde opera uit de cyclus, Siegfried, onderbrak hij zijn werkzaamheden aan de Ring; deze pauze zou twaalf jaar duren. In Zürich was Wagner, die toen al gescheiden leefde van Minna Planer -de officiële scheiding had in 1861 plaats - bevriend geraakt met het echtpaar Otto en Mathilde Wesendonck. Zijn relatie tot Mathilde, die hem inspireerde tot de "Wesendonck-liederen" (1857–1858) voor zangstem en orkest; op teksten van Mathilde Wesendonk, maakte ten slotte in 1858 een verder verblijf in Zürich onmogelijk. In Luzern voltooide hij in 1859 "Tristan und Isolde". Nadat een uitvoering van "Tannhäuser" te Parijs geresulteerd had tot een schandaal, ging Wagner via Karlsruhe – in Duitsland was hem ondertussen amnestie verleend – naar Wenen, waar zijn Tristan werd afgewezen met de opmerking 'unaufführbar'. 
 

Bayreuth

Tijdens de zomer van 1855 wordt hij dirigent in Londen, en aan zijn zwerversbestaan komt een einde, door de amnestie van 1860. De financiële problemen vinden een erg onwaarschijnlijke oplossing: die "rare" Ludwig II, koning van Beieren, biedt hem een onbeperkte gastvrijheid aan, en laat in Bayreuth het Festspielhaus bouwen.

In 1864 moest hij op financiële gronden uit Wenen vluchten; in datzelfde jaar echter werd hij ontvangen door koning Lodewijk II van Beieren, die hem van alle schulden verloste en hem voor de komende jaren een groot bedrag ter beschikking stelde. Door toedoen van Lodewijk II, de zeer omstreden romantische vorst die zich in sterke mate tot Wagner en diens werk voelde aangetrokken, en ondanks de vijandige houding van de bevolking van München kwam het daar op 10 juni 1865 tot de wereldpremière van Tristan und Isolde. Politieke intriges deden Wagner nog datzelfde jaar uit München vertrekken; na enige omzwervingen vestigde hij zich in 1866 in het huis Tribschen nabij Luzern. Thans is dat huis ingericht als Wagner Museum. In München had hij intieme betrekkingen aangeknoopt met Cosima, echtgenote van de legendarische dirigent Hans von Bülow en dochter van Franz Liszt. Zij liet har man in de steek om in 1870 met Wagner te huwen. Uit hun verbintenis kwamen drie, wellicht vier kinderen voort, onder wie Siegfried. Ter gelegenheid van diens geboorte (1869) had Wagner zijn fraaie orkeststuk "Siegfriedidyll" gecomponeerd.

Ondanks vele storingen in de relatie met de Beierse koning werd in München op 21 juni 1868 de première gegeven van "Die Meistersinger von Nürnberg". In deze opera rekende hij af met verschillende tegenstanders en waarin hij met zijn scherpste criticus Hanslick, de draak stak in de figuur van 'Beckmesser', die het de meesterzanger Hans Sachs, steeds maar lastiger wil maken door hem op de reglementen van het componeren te wijzen.
 

Tegen de zin van Wagner liet Lodewijk in München "Rheingold" en "Walküre" uitvoeren, respectievelijk in 1869 en 1870. Nu werkte Wagner de laatste delen van de Ring uit namelijk "Siegfried" en "Die Götterdämmerung". Pas twee jaar na zijn verhuizing naar Bayreuth was de tetralogie voltooid (21 november. 1874). Tussen 1868 en 1870 viel ook de reeks ontmoetingen met Friedrich Nietzsche. Hun diepgaande contacten en gedachtewisselingen liepen ten slotte uit op een wederzijdse vervreemding.
 

In het door Wagner gestichte Festspielhaus in Bayreuth vond in 1876 (repetities in 1875) de première van de Ring plaats. Het deficit van 150.000 Mark maakte duidelijk dat van een herhaling vooralsnog geen sprake kon zijn en Wagner gaf het werk daarom vrij voor andere theaters. In 1877 schreef hij het tweede prozaontwerp en daarna de volledige tekst van zijn laatste werk, het Bühnenweihfestspiel "Parsifal". Tijdens zijn verblijf in Palermo voltooide hij in 1882 de partituur van het werk. Na weer van Lodewijk II een financiële tegemoetkoming te hebben ontvangen, beleefde de componist nu eindelijk, bij zestien voorstellingen van "Parsifal" in 1882 te Bayreuth, een artistiek en financieel succes. Een hartziekte was zijn activiteiten gaan ondermijnen. Tijdens een vakantie huurde het "Palazzo Vendrami" in Venetië waar hij op 13 februari overleed.
 

 

Waardering

 

De interpretatie van en de waardering voor Wagner's opera's worden in de eerste plaats gedifferentieerd door de verschillende stijlperioden waarin de werken zijn ontstaan. Vanaf zijn jeugdwerken tot en met "Der Fliegende Holländer", "Tannhäuser" en "Rienzi" staat de creativiteit van de componist sterk onder invloed van voorbeelden, hoezeer hij zich daaraan ook wenste te onttrekken. Weber en Marschner klinken door in "Die Feen", Bellini in "Das Liebesverbot"; zijn eerste belangrijke opera, "Rienzi", roept elk moment herinneringen op aan Meyerbeer en Spontini. Vooral de melodie gaat in het tweede gedeelte van Wagner's oeuvre een zeer persoonlijke muzikale inhoud bepalen: 'zij maakt zich los van de klassieke, ritmisch gebonden geometriesering en gaat ongebonden uitwelven' (E. Kurth). Men duidt dit wel aan met de term 'Unendliche Melodie'.  De waardering van Wagner's latere werken beweegt zich dan ook rondom deze muzikaleessentie en – zeker in recente tijd – niet meer rond de vaak hol aandoende teksten.


Een moeilijkheid op het vlak van de interpretatie is de benadering van het dramatische element, o.a. al door het feit dat de dramaticus Wagner daarvoor minder aanwijzingen heeft nagelaten dan de musicus Wagner voor de vertolking van zijn partituren. Daardoor zijn in de loop van de jaren de verschillende elementen woord, toon en enscenering, die het totaal van het Gesamtkunstwerke vormen, op telkens wisselende wijze geaccentueerd. Ook de interpretatie van de politieke en filosofische denkbeelden die aan zijn werk ten grondslag hebben gelegen, is in de loop van de jaren veel veranderd. Met zijn hang naar een totale creatieve zelfontplooiing en zijn door uiteenlopende ideologieën gevoede denkwereld werd Wagner de ontwerper van een artistieke mythe, die ook door het pathos waarmee zij gebracht werd generaties in haar ban hield. De Bayreuth-cultus is mede hierop terug te voeren. Diezelfde aspecten van zijn oeuvre, dat bovendien als typisch Germaans werd aangevoeld en als zodanig ook in politieke kunsttheorieën werd betrokken, hebben anderzijds sterke weerstanden opgeroepen.
 

Behalve de reeds genoemde opera's en liederen heeft Wagner nog één orkestwerk op zijn actief: "Siegfried Idyll"; verder schreef hij een autobiografie "Mein Leben, Mitteilung an meine Freunde" en "Das Weibliche im Menschlichen."
 

In Bayreuth leeft de Richard Wagnertraditie onverminderd voort onder het waakzame oog van zijn nageslacht .

bron: www.maurice-abravanel.com

Lees ook de toelichting op de opera Lohengrin, geschreven door Paul Korenhof.

Lohengrin is een samenwerkingsproject van De ZaterdagMatinee, MCO, AVRO, TROS, NPS, Radio 4, Cultura en NPO internet